Wijkagent Han: “We krijgen vaak te maken met onbegrepen gedrag”  (11-03-2020)

Dit artikel is onderdeel van een reeks van tien verhalen over Noord-Veluwse inwoners die zelf of in hun omgeving te maken hebben met stigma van psychische aandoeningen. Harderwijk en de Noord-Veluwse gemeenten willen op deze manier aandacht besteden aan dit thema.

Al twaalf jaar werkt hij bij de politie en de laatste drie jaar als wijkagent in Wezep, gemeente Oldebroek. Han Moes (38 jaar) heeft een achtergrond in de verpleegkunde. Hij is gewend om te werken met mensen die ‘anders zijn’, denk aan een lichamelijke handicap of psychische problemen. “Als we geconfronteerd worden met verward gedrag zijn er twee sporen mogelijk: hulpverlening of strafrecht.”

“Ik wilde wat meer actie in mijn werk. Als wijkagent sta ik vaak overal met mijn neus vooraan. In het werk komen we best veel mensen tegen die onbegrepen gedrag vertonen,” vertelt Han. Het kan dat een persoon zelf een melding maakt bij de politie, bijvoorbeeld onbegrepen gedrag zonder enige overlast voor anderen. Maar we worden ook opgeroepen bij gedrag waarbij men zich ernstige zorgen maakt, bijvoorbeeld een verward persoon op weg naar een treinstation. Als politie zien wij regelmatig gedrag dat varieert van een schreeuw om hulp tot strafrechtzaken.”
“De term ‘onbegrepen gedrag’ vind ik goed gekozen. Ik zie veel onbegrip en onbekendheid als het gaat om de psyche. Het is soms moeilijk om begrip te hebben voor een buurvrouw die de ene dag vrolijk ‘goedemorgen’ zegt en je de volgende dag de huid vol scheldt.”

Na een melding ter plaatse

Het team waar Han onderdeel van uitmaakt bestaat uit zo’n 140 mensen werkzaam op het bureau en op straat. Het team heeft de regio tussen Zwolle, Harderwijk en Apeldoorn onder de hoede. “Wanneer er een melding binnenkomt, kijken we eerst in het systeem welke informatie bekend is over iemand. We gaan zo snel mogelijk naar de locatie toe. Als het kan, nemen we onderweg al contact op met de betrokken hulpverlening. Op locatie gaan we het gesprek aan met de persoon. Ik mag graag aan de keukentafel zitten. Of gewoon naast iemand. Soms zie je in één oogopslag wat er aan de hand is. Maar vaak ook niet. Dan luister ik naar wat er aan de hand is, want gedrag komt ergens vandaan. Laatst was er iemand weggelopen uit een instelling die ik al eerder had ontmoet. Het gesprek met deze persoon begin ik laagdrempelig. Ik zet de persoon niet onder druk met: ‘je moet terug naar de instelling.’ Ik begin juist een gesprek. Bijvoorbeeld met de vraag: ‘hoe is het, ben je er weer?’ Ik probeer de rust terug te brengen en vertrouwen te wekken. Daar moet je wel de tijd voor nemen.”

Een persoon met onbegrepen gedrag is geen verdachte

“In zulke situaties ben ik heel alert. Als we geconfronteerd worden met verward gedrag, zijn er twee sporen mogelijk. Het spoor van de hulpverlening of het spoor van het strafrecht. Als agent weeg je constant af: welke spoor is passend bij de situatie? Voorheen werden mensen al snel meegenomen in de politieauto naar het bureau en opgesloten in een cel. Dat gebeurt gelukkig niet meer. Iemand die verward gedrag vertoont is geen verdachte. Deze mensen horen niet in de cel. Nu bellen we de vervoersdienst voor ggz-instellingen.”
Han begrijpt dat verward gedrag onrust kan geven onder bewoners. “Want hoe goed kennen wij onze buren nou eigenlijk? Hoeveel energie wil je erin steken? Eén van de problemen die ik daarbij zie, is dat wij – politie en ook anderen - vaak hard aan de slag zijn om hulp te bieden maar dat die acties niet zichtbaar zijn voor de wijk. Er loopt een indicatie-aanvraag of een bemiddelingstraject, alleen dat vindt allemaal achter de schermen plaats. Terwijl burgers verwachten dat de politie direct handelt: oppakken en meenemen naar het bureau. Handelen doen we zeker wel, maar binnen onze mogelijkheden.”

Samenwerking met burgers en zorg

De politie heeft in de regio een goede samenwerking met zorg, crisisdienst en andere organisaties. Toch doet Han een oproep: “Ik kan mijn werk goed doen wanneer bewoners voor ons een oogje in het zeil houden en van zorgelijke situaties melding maken. Liever dat je te vroeg belt, wanneer je nog maar een vermoeden hebt dat het niet zo goed gaat met iemand, dan pas bellen als het helemaal misgaat. Dus meldt alles, wat het dan ook is. We hebben de burger hard nodig. Zij zien dagelijks wat er in hun straat gebeurt. We werken nauw samen met het sociaal team. Wanneer de politie niets kan of hoeft met een melding, dan verwijzen we door.”
“Ik heb in dit vak moeten leren dat politieagenten geen zorgers zijn. Als politie signaleren, adviseren en verwijzen wij tijdig door naar de hulpverlening.” Tegelijkertijd heeft Han nog regelmatig contact met zijn oude werkveld: “Ik investeer veel tijd in het contact met de zorgorganisaties die hulp bieden aan mensen met psychische of psychiatrische problematiek. Om te weten wat er bij hen speelt. Een tijd terug had één van de instellingen te maken met bovenmatig veel agressie. Toen heeft de politie meegedacht wat er aan gedaan kon worden. Een waardevolle interactie.”

Vraag of contact?

Bezoek ons stadhuis
Havendam 56, Harderwijk

Contact & openingstijden